Ondergaat u binnenkort een ingreep voor een anaal abces?
Op deze pagina vindt u meer informatie over het ziektebeeld, de operatie en het verloop nadien.
Een anaal abces en anale fistel zijn quasi onlosmakelijk met elkaar verbonden, daar een anale fistel in meer dan 95% van de gevallen ontstaat uit een anaal abces.
Wanneer de slijmklieren van het anale kanaal ontsteken gaat deze ontsteking zich een weg naar buiten banen. Dit gebeurt doorheen de darmwand en vaak ook doorheen de sluitspier. Eens de bacteriën zich in het onderhuidse vetweefsel rond de anus bevinden hebben ze wat meer ruimte en gaat etter zich opstapelen. Deze opstapeling van etter noemt men een perianaal abces.
Wanneer een anaal abces zich aan de onderzijde van de anus bevindt, waar geen ‘bindweefseltussenschotten’ zitten kan dit zich zowel naar links als rechts uitbreiden en heel groot worden. We spreken dan over een hoefijzerabces.
De patiënt meldt zich bijna altijd in het stadium van het perianaal abces met een bijzonder pijnlijke, rode zwelling rondom de anus. Soms is deze reeds spontaan gebarsten, of geeft het af en toe wat vuil vocht.
Een ingreep voor een anaal abces gebeurt liefst zo snel mogelijk, daar de infectie zeer snel kan uitbreiden. Bij een anale fistel dient iets meer tijd genomen te worden om het probleem goed in kaart te brengen. De nadruk ligt hier op het belang van kwaliteit van leven en behoud van continentie boven onmiddellijk en snel proberen genezen van de perianale fistel met risico op sfincterschade.
De behandeling hiervoor is de etter evacueren op de meest natuurlijke manier. Dit is vaak door de huid over het abces in te snijden en de etter naar buiten te laten om vervolgens de holte grondig te spoelen.
In heel wat gevallen sluit de oorspronkelijke verbinding met de slijmklier zich spontaan, waardoor men spreekt van een ‘éénvoudig anaal abces’ waarbij na drainage en wondgenezing geen aanvullende behandeling meer nodig is. In ongeveer 30-40% van de gevallen blijft echter een gangetje bestaan tussen de huid en het anale kanaal, dit noemt men dan een anale fistel.
Afhankelijk van de plaats waar de fistel door de sluitspier treedt en hoe deze verloopt worden ze opgedeeld in verschillende categorieën en behoeven ze elk hun specifieke behandeling. Hier staan ze in volgorde van toenemende complexiteit:
• Subcutaan
• Intersfincterisch
• Transsfincterisch
• Suprasfincterisch
• Extrasfincterisch
Fistels kunnen soms ook meerdere vertakkingen hebben, dit maakt hun behandeling nog complexer.
De operatie gebeurt onder algemene verdoving of onder spinale anesthesie (ruggenprik).
Dit betekent het ‘doorsnijden’ van de anale fistel, waarbij het traject eenvoudigweg wordt opengelegd en vanuit de diepte de wonde weer gaat opgroeien. Dit kan enkel wanneer er geen (belangrijke hoeveelheid) spierweefsel betrokken is van de sluitspier. Zeer grote kans op volledige genezing maar een beperkt risico op incontinentie (voornamelijk voor wat wind of vocht) na de ingreep.
Deze techniek wordt gebruikt bij fistels die niet zomaar opengelegd kunnen worden zonder belangrijk verlies van spierweefsel met kans op incontinentie. Er wordt een kleine incisie gemaakt tussen de beide sluitspieren (intersfincterisch) waarbij het fisteltraject wordt opgezocht, doorgesneden en onderbonden. Zo wordt de verbinding tussen het anaal kanaal en de buitenwereld onderbroken en krijgt de fistel de kans om te genezen. De insnede wordt terug gesloten en het fistelgedeelte tussen de huid en de uitwendige sluitspier wordt uitgesneden tot in gezond weefsel.
De techniek heeft – net als de advancement flap - ongeveer 70% slaagkans, waarbij er af en toe sprake is van het openvallen van de gemaakte incisie. Deze vormt dan de buitenste fistelopening van een nieuwe intersfincterische fistel. Vaak heelt dit alsnog spontaan uit. Wanneer dit traject toch blijft bestaan, kan een eenvoudige fistulotomie een oplossing bieden.
Ook hier bestaat er enig risico op incontinentie, voornamelijk voor wind en vocht.
Bij een advancement flap wordt boven de inwendige opening van de fistel (deze in het anaal kanaal) een flapje gecreëerd van slijmvlies en deel van de onderliggende (spier)weefsels. Hiermee wordt dan de inwendige opening afgesloten en vervolgens wordt langs buiten het fisteltraject zo ver mogelijk schoongemaakt of uitgesneden. Dit van de huid tot aan de uitwendige sluitspier. Deze techniek wordt vaker gebruikt bij vrouwen met een anterieure (naar de vagina toe verlopende) fistel of bij patiënten waar LIFT procedure niet mogelijk lijkt of reeds mislukt is.
De techniek heeft – net als de advancement flap - ongeveer 70% slaagkans, waarbij er af en toe sprake is van het loskomen van de gemaakte slijmvliesflap.
Bij zeer moeilijk te behandelen fistels zoals bij de ziekte van Crohn, of fistels die frequent recidiveren (terugkomen) kan gebruik gemaakt worden van autologe vetinjecties. Hierbij wordt een beperkte liposuctie gedaan ter hoogte van buik of billen om vervolgens het vet terug te injecteren in en rond de fistelopening. Dit heeft deels hetzelfde effect als ‘lipofilling’ maar hiernaast hebben deze vetcellen ook een zeer uitgesproken anti-inflammatoir effect.
Indien mogelijk wordt ook de inwendige opening gesloten en de fistel zo volledig behandeld. Soms is het niet mogelijk om deze inwendige opening te sluiten en zal het injecteren van het vetweefsel voornamelijk dienen om de symptomen van de perianale fistel te verminderen of doen verdwijnen.
Geen enkele ingreep is vrij van risico's op verwikkelingen.
• Nabloeding (u dient alle bloed verdunnende medicatie op voorhand te stoppen, raadpleeg hierover uw chirurg).
• Urineretentie (=tijdelijk moeilijk wateren, waarvoor een sondage noodzakelijk kan zijn).
• Laattijdige incontinentie.
• Zeldzame hoge koorts en infectie.
• Recidief van het abces of de fistel.
Dit overzicht is niet limitatief.
Na de operatie blijf je op de ontwaakzaal en zal je na de nodige controles overgebracht kunnen worden naar de verpleegeenheid.
Na de operatie kan je je nog wat moe en suf voelen. Dit is het gevolg van de verdoving die je kreeg tijdens de operatie.
Tijdens de operatie krijg je een infuus om het nodige vocht en de nodige medicatie toe te dienen. Het infuus blijft ter plaatse tot zolang nodig, afhankelijk van de nodige medicatie na de operatie en tot je opnieuw normaal kan/mag eten en drinken.
Na de operatie krijg je pijnstillers via het infuus. Mocht je nog pijn hebben, aarzel dan niet om extra pijnmedicatie te vragen aan de verpleegkundigen. Zij weten heel goed welke medicatie je mag krijgen en zorgen dat de maximale dosis niet wordt overschreden. Nadat het infuus is verwijderd, krijg je, indien nodig, pijnmedicatie in de vorm van pillen.
Verwittig de verpleegkundige indien je je misselijk voelt of moet braken. We dienen dan de nodige medicatie toe via het aanwezige infuus of in de vorm van pillen.
Na de operatie is het mogelijk dat je temperatuur verhoogd is. In overleg met de arts starten we, indien nodig, medicatie.
In overleg met de behandelende arts, kan jouw thuismedicatie terug opgestart worden.
Als je je niet misselijk voelt, krijg je water te drinken. Na de operatie kan je terug normaal eten en drinken.
Je blijft in bed tot je voldoende wakker bent. Een verpleegkundige begeleidt je, zodra je mag rechtstaan, naar het toilet. Als je voor de eerste maal opstaat, is het mogelijk dat je draaierig bent en verminderde kracht voelt in de benen. Pas als de verpleegkundige het veilig vindt, mag je alleen opstaan.
Het is van groot belang dat je regelmatig je benen beweegt en uit bed komt, dit om flebitis te voorkomen.
Een drainage van een anaal abces gebeurt vaak in dagziekenhuis. Je kan dus de dag zelf het ziekenhuis verlaten. Dit kan pas nadat de arts ter controle is langs geweest, als eten en drinken vlot lukt en als je zelfstandig hebt kunnen plassen. Als je aan al deze voorwaarden voldaan hebt zal je naar huis kunnen terugkeren.
De iets uitgebreidere fistelprocedure kan soms een hospitalisatie van één nacht vragen om zeker te zijn dat na de ingreep alles in orde is. Of je al dan niet een nacht dient te blijven wordt op de consultatie voorafgaand aan de ingreep besproken.
Belangrijk is wel om te weten dat je de eerste 24 uur na een verdoving niet alleen mag blijven, voorzie dus dat er iemand de eerste nacht in de buurt is.
De ontslagpapieren (brief voor de huisarts, medicatie, eventuele thuiszorg, afwezigheidsattest, controle raadpleging) worden met jou besproken en meegegeven bij ontslag.
Een controle bij de behandelende arts wordt gemaakt, meestal een drietal weken na de operatie. Hiervoor krijg je een afspraak mee.
• Na elke operatie kan er pijn optreden, deze mag met de gewone pijnmedicatie behandeld worden.
• Licht bloedverlies bij ontlasting of afvegen is als normaal te beschouwen.
• Er wordt aangeraden vezelrijke voeding te eten (veel groenten, fruit, bruin brood, zemelen) en veel water te drinken.
• Bij constipatie zal de chirurg u een laxeermiddel voorschrijven.
• Vermijden van alcohol en pikante voeding.
• Anale hygiëne (gewoon met water).
• Wondzorg zo nodig. Uw chirurg zal u hierover adviseren.
• U contacteert best een arts bij volgende symptomen:
o Aanhoudende koorts
o Rillingen
o Hevige anale pijn
o Anaal bloedverlies met klonters
Hoe dringend is de ingreep?
Moet ik nuchter zijn?
Welke medicatie mag ik innemen en welke niet?
Wat als ik zenuwachtig ben?
Specifieke voorbereiding
Ontwaken na de ingreep
Wat met pijn, misselijkheid of temperatuur?
Moet ik medicatie innemen?
Mag ik terug eten en drinken?
Kan ik snel terug uit bed?