Ondergaat u binnenkort een ingreep voor een anale fisuur?
Op deze pagina vindt u meer informatie over het ziektebeeld, de operatie en het verloop nadien.
Een anale fissuur is een kloofje of scheurtje in het anaal kanaal, meestal in de lengterichting van de bilspleet en aan de voor- of achterzijde van de anus. Zo’n wondje is vaak heel pijnlijk en gaat gepaard met een branderig gevoel tijdens en na het maken van stoelgang, soms kan er ook wat bloed- of slijmverlies aanwezig zijn.
De oorzaak van een dergelijke ‘wondje’ aan de binnenkant van het anaal kanaal is vaak moeilijk te achterhalen, maar constipatie, sfincterspasme (kramp van de sluitspier) en ontstekingsziekten van de dikke darm en spijsverteringsstelsel kunnen allemaal een rol spelen. Ook bij zwangerschap wordt het risico op ontwikkelen van een anale fissuur groter.
In een eerste fase spreken we van een acute anale fissuur, deze geneest vaak spontaan of met conservatieve maatregelen. Wanneer echter de pijn langer aanhoudt dan gaat de sluitspier reflexmatig meer gaan opspannen, waardoor de bloedvoorziening vermindert en het wondje moeilijk gaat genezen. Een moeilijk genezend wondje geeft weer meer pijn en meer spanning, zo ontstaat een vicieuze cirkel van pijn en slechte wondheling. Als dit allemaal langer dan acht weken aanhoudt spreken we over een ‘chronische anale fissuur’.
Een anale fissuur kan bijzonder pijnlijk zijn, maar een chirurgische interventie is pas noodzakelijk wanneer een fissuur niet geneest ondanks alle conservatieve maatregelen en zalven. Vaak wordt dus pas na meer dan acht weken klachten over een eventuele ingreep gesproken. Deze wordt dan electief ingepland.
De behandeling van een anale fissuur richt zich in de eerste plaats op een correcte toilethygiëne (goede houding, niet te hard persen,…) en voldoende zacht houden van de stoelgang. Indien nodig kan hiervoor iets van vezelsupplementen of laxeermiddel worden voorgeschreven. Daarnaast kunnen bepaalde zalven (diltiazemzalf of nitraatzalf) helpen om de bloedvaatjes van het anaal kanaal wat meer te open zodat er voldoende bouwstoffen worden afgeleverd voor een correcte wondgenezing.
Als dit alles niet volstaat dan richt verdere behandeling van deze aandoening zich op het ontspannen van de inwendige sluitspier om de bloedvoorziening naar het anaal kanaal te laten toenemen. Dit kan gebeuren middels een intersfincterische botox-injectie dan wel door het insnijden van de interne sfincter (interne laterale sfincterotomie). Beide ingrepen hebben hun voor- en nadelen en tevens een zeer kleine kans op incontinentie. De arts zal dan ook uitgebreid de verschillende mogelijkheden bespreken om de juiste behandeling te kiezen.
De operatie gebeurt onder algemene of spinale (ruggenprik) verdoving of onder spinale anesthesie (ruggenprik).
Omdat een operatie altijd een beperkt risico op incontinentie met zich meebrengt (3 tot 15% in de literatuur) zal in eerste instantie altijd voor een conservatieve behandeling gekozen worden.
Wanneer conservatieve maatregelen onvoldoende blijken om de fissuur te genezen kan overgegaan worden tot een operatie. Doel van deze operatie is het ontspannen van de inwendige sluitspier om de bloedvoorziening naar het anaal kanaal te laten toenemen. Dit kan gebeuren middels een intersfincterische botox-injectie dan wel door het insnijden van de interne sfincter (interne laterale sfincterotomie).
Bij de botox-injectie wordt botox ingespoten in de dunne groeve tussen de inwendige en uitwendige sluitspier. Zo wordt deze laatste een beetje ‘verlamd’, neemt de druk van de sluitspier af en kan de anale fissuur gaan genezen. Tijdens de ingreep wordt ook de chronische anale fissuur nogmaals ‘aangefrist’ zodat een vitale wondbodem het startpunt kan zijn van een goede wondgenezing.
Bij de interne laterale sfincterotomie (kortweg ILS) wordt een kleine incisie gemaakt naast de anale fissuur en wordt een deeltje van de inwendige sluitspier doorgesneden om zo de druk in het anaal kanaal te verlagen en de wonde te laten genezen.
Geen enkele ingreep is vrij van risico's op verwikkelingen.
• Nabloeding (u dient alle bloed verdunnende medicatie op voorhand te stoppen, raadpleeg hierover uw chirurg).
• Urineretentie (=tijdelijk moeilijk wateren, waarvoor een sondage noodzakelijk kan zijn).
• Laattijdige incontinentie.
• Zeldzame hoge koorts en infectie.
• Recidief van het abces of de fistel.
Dit overzicht is niet limitatief.
Na de operatie blijf je op de ontwaakzaal en zal je na de nodige controles overgebracht kunnen worden naar de verpleegeenheid.
Na de operatie kan je je nog wat moe en suf voelen. Dit is het gevolg van de verdoving die je kreeg tijdens de operatie.
Tijdens de operatie krijg je een infuus om het nodige vocht en de nodige medicatie toe te dienen. Het infuus blijft ter plaatse tot zolang nodig, afhankelijk van de nodige medicatie na de operatie en tot je opnieuw normaal kan/mag eten en drinken.
Na de operatie krijg je pijnstillers via het infuus. Mocht je nog pijn hebben, aarzel dan niet om extra pijnmedicatie te vragen aan de verpleegkundigen. Zij weten heel goed welke medicatie je mag krijgen en zorgen dat de maximale dosis niet wordt overschreden. Nadat het infuus is verwijderd, krijg je, indien nodig, pijnmedicatie in de vorm van pillen.
Verwittig de verpleegkundige indien je je misselijk voelt of moet braken. We dienen dan de nodige medicatie toe via het aanwezige infuus of in de vorm van pillen.
Na de operatie is het mogelijk dat je temperatuur verhoogd is. In overleg met de arts starten we, indien nodig, medicatie.
In overleg met de behandelende arts, kan jouw thuismedicatie terug opgestart worden.
Als je je niet misselijk voelt, krijg je water te drinken. Na de operatie kan je terug normaal eten en drinken.
Je blijft in bed tot je voldoende wakker bent. Een verpleegkundige begeleidt je, zodra je mag rechtstaan, naar het toilet. Als je voor de eerste maal opstaat, is het mogelijk dat je draaierig bent en verminderde kracht voelt in de benen. Pas als de verpleegkundige het veilig vindt, mag je alleen opstaan.
Het is van groot belang dat je regelmatig je benen beweegt en uit bed komt, dit om flebitis te voorkomen.
Een operatie voor een anale fissuur gebeurt meestal in dagziekenhuis. Je kan dus de dag zelf het ziekenhuis verlaten. Dit kan pas nadat de arts ter controle is langs geweest, als eten en drinken vlot lukt en als je zelfstandig hebt kunnen plassen. Als je aan al deze voorwaarden voldaan hebt zal je naar huis kunnen terugkeren.
Belangrijk is wel om te weten dat je de eerste 24 uur na een verdoving niet alleen mag blijven, voorzie dus dat er iemand de eerste nacht in de buurt is.
De ontslagpapieren (brief voor de huisarts, medicatie, eventuele thuiszorg, afwezigheidsattest, controle raadpleging) worden met jou besproken en meegegeven bij ontslag.
Een controle bij de behandelende arts wordt gemaakt, meestal een drietal weken na de operatie. Hiervoor krijg je een afspraak mee.
• Na elke operatie kan er pijn optreden, deze mag met de gewone pijnmedicatie behandeld worden.
• Licht bloedverlies bij ontlasting of afvegen is als normaal te beschouwen.
• Er wordt aangeraden vezelrijke voeding te eten (veel groenten, fruit, bruin brood, zemelen) en veel water te drinken.
• Bij constipatie zal de chirurg u een laxeermiddel voorschrijven.
• Vermijden van alcohol en pikante voeding.
• Anale hygiëne (gewoon met water).
• Wondzorg zo nodig. Uw chirurg zal u hierover adviseren.
• U contacteert best een arts bij volgende symptomen:
o Aanhoudende koorts
o Rillingen
o Hevige anale pijn
o Anaal bloedverlies met klonters
Hoe dringend is de ingreep?
Moet ik nuchter zijn?
Welke medicatie mag ik innemen en welke niet?
Wat als ik zenuwachtig ben?
Specifieke voorbereiding
Ontwaken na de ingreep
Wat met pijn, misselijkheid of temperatuur?
Moet ik medicatie innemen?
Mag ik terug eten en drinken?
Kan ik snel terug uit bed?