Ondergaat u of een naaste binnenkort een galblaas operatie?
Op deze pagina vindt u meer informatie over het ziektebeeld, de voorbereiding op de ingreep, meer uitleg over de operatie zelf en het verloop nadien.
De galblaas is een klein peervormig orgaan dat aan de onderzijde van de lever hangt en als het ware een reservoir is voor de gal die geproduceerd wordt in de lever. De “gal” is dus de vloeistof die o.a. zorgt voor de vertering van vetten, en is niet hetzelfde als de galblaas, zoals wel eens verkeerdelijk in de volksmond wordt gezegd.
De galblaas is via galkanalen verbonden met de lever en het duodenum (de twaalfvingerige darm of begin van de dunne darm) en de pancreas (alvleesklier). De gal wordt opgeslagen in de galblaas en bij inname van voedsel via de hoofdgalweg uit de galblaas naar de dunne darm gepompt.
Galstenen zijn afzettingen in de galblaas die sterk kunnen variëren in grootte en kleur. De meest voorkomende vorm van galstenen zijn cholesterolgalstenen en ontstaan door een verhoogde cholesterolconcentratie in de gal. Een meer zeldzame vorm zijn pigmentgalstenen en komen eerder bij aandoeningen voor met een versnelde bloedafbraak.
Galstenen kunnen leiden tot galwegproblemen (kolieken) of een galblaasontsteking. Daarover lees je hier meer.
De ingreep gebeurt meestal niet dringend als het om galstenen gaat. In geval van een acute ontsteking van de galblaas kan dit dringend of semi-dringend gepland worden.
In geval van een dringende ingreep zal je nuchter worden gehouden vanaf opname. Bij geplande ingrepen gelden het advies nuchter zijn voor een operatie:
- Heldere vloeistoffen zonder bruis zijn toegestaan en zelfs aan te raden tot 2u voor de ingreep, aan een maximale hoeveelheid van 1 glas (200ml) per uur. Onder heldere vloeistoffen verstaan we: plat water, aquarius, koolhydraatrijke dranken, vruchtensap zonder pulp, zwarte koffie of thee (ev. met suiker). Alcohol is niet toegestaan.
- De dag van de ingreep is een licht ontbijt toegestaan tot 6u voor de ingreep (bv. koffie met melk, fruitsap met pulp, granen, toast, cracker met confituur, yoghurt). Indien u een stevig ontbijt neemt (vlees, kaas, ontbijtkoeken, choco, eieren, gefrituurd) dient u dit minstens 8u preoperatief te nuttigen.
- Sommige medische aandoeningen kunnen leiden tot een vertraagde maaglediging (bv. Diabetes, gastro-oesofagale reflux, maaghernia, dysfagie?). Indien u hiermee gekend bent, gelieve eerst te overleggen met een arts voor de correcte nuchterheidsprincipes.
Je dagelijks geneesmiddelengebruik wordt met jou besproken. Sommige geneesmiddelen dienen tijdelijk te worden stopgezet. Bij gebruik van bepaalde geneesmiddelen (bv. sommige bloedverdunners) kan het nodig zijn om je vooraf aan de ingreep bepaalde medicatie toe te dienen of om indien mogelijk de operatie tijdelijk uit te stellen. Is er iets onduidelijk of ben je niet zeker welke medicatie je mag innemen, vraag het dan op voorhand aan je chirurg of anesthesist.
Indien je gestresseerd bent voor de ingreep kan je op voorschrift van de anesthesist voor je vertrek naar de operatiezaal een licht kalmeermiddel krijgen.
Je wordt preoperatief voorbereid (bv. scheren van de buik, leegplassen net voor de operatie). Indien nodig wordt er reeds voor de operatie antibiotica gestart, meestal via een infuus.
De operatie gebeurt onder algemene verdoving.
Bij een laparoscopische galblaasoperatie maakt de chirurg gebruik van kleine insneden, speciale instrumenten en een laparoscoop. Dit is een lange rechte buis met een videocamera en lichtbron in. Om zicht te hebben en de videocamera te kunnen inbrengen, wordt ruimte gecreëerd. Hiervoor wordt de buik opgeblazen met koolstofdioxide (CO2), wat een onschadelijk gas is.
Dit gas kan het middenrif na de operatie wel wat prikkelen en schouderpijn veroorzaken. Dit gaat meestal spontaan weg na enkele dagen of na inname van pijnstillers.
Wanneer de werkruimte is aangelegd, gebruikt de chirurg werkkanalen, d.w.z. holle kokertjes voorzien van kleppen, die het mogelijk maken het gas te behouden in de buik en die via kleine sneetjes van ongeveer 0,5 tot 1 cm in de buik gebracht worden. Via deze werkkanalen worden de videocamera en de chirurgische instrumenten binnengebracht.
Zo gebeurt de operatie “met gesloten buik” want uw chirurg hanteert de instrumenten langs de buitenzijde van uw buik, en volgt hij de operatie in de binnenzijde van de buik op een televisiescherm. De galblaas wordt meestal verwijderd via het gaatje aan of boven de navel.
Bij een cholecystectomie wordt de galblaas losgemaakt van de lever, de slagader naar de galblaas afgebonden of gecoaguleerd en wordt de verbinding tussen de galblaas en de galweg onderbonden.
In sommige gevallen (bij ernstige infectie in de buik) dient er een drain achtergelaten te worden. Deze wordt later op de kamer verwijderd.
Geen enkele ingreep is vrij van risico's op verwikkelingen.
De ingreep zelf kan gecompliceerd worden door een reactie op medicatie, een bloeding of orgaanletsel.
Sommige verwikkelingen kunnen zich voordoen tijdens de operatie:
• Een reactie op de verdoving
• Een bloeding
• Een verwonding aan de galweg
• Een verwonding van een orgaan in de buik
Wanneer een verwikkeling wordt vastgesteld tijdens de operatie, kan deze worden behandeld ofwel door middel van de kijkoperatie ofwel door middel van een insnede ter hoogte van de buik.
Sommige verwikkelingen kunnen zich voordoen na de operatie:
• Een postoperatieve bloeding
• Een verwonding van een orgaan in de buik of van de galweg die pas nadien blijkt
• Een infectie aan de littekens
• Een infectie in de buik, in de longen, aan de urine, …
• Flebitis of longembool, dit zijn klonters in de aders van respectievelijk de benen of de longen
• Uitzonderlijk een chronische (galzouten) diarree, behandelbaar met medicatie
Naast de geplande postoperatieve controle bij de behandelende arts, dien je de behandelende arts of je huisarts te contacteren wanneer je bv. één van de volgende situaties vaststelt:
• Aanhoudende koorts
• Rillingen
• Bloedingen
• Toenemende pijn of zwelling van de buik
• Aanhoudende misselijkheid of braken
• Aanhoudende hoest of ademhalingsmoeilijkheden
• Doorsijpelen van vocht uit om het even welke wonde
Dit overzicht is niet limitatief.
Na de operatie blijf je op de ontwaakzaal en zal je na de nodige controles overgebracht kunnen worden naar de verpleegeenheid.
Na de operatie kan je je nog wat moe en suf voelen. Dit is het gevolg van de verdoving die je kreeg tijdens de operatie.
Tijdens de operatie krijg je een infuus om het nodige vocht en de nodige medicatie toe te dienen. Het infuus blijft ter plaatse tot zolang nodig, afhankelijk van de nodige medicatie na de operatie en tot je opnieuw normaal kan/mag eten en drinken.
Na de operatie krijg je pijnstillers via het infuus. Mocht je nog pijn hebben, aarzel dan niet om extra pijnmedicatie te vragen aan de verpleegkundigen. Zij weten heel goed welke medicatie je mag krijgen en zorgen dat de maximale dosis niet wordt overschreden. Nadat het infuus is verwijderd, krijg je, indien nodig, pijnmedicatie in de vorm van pillen.
Verwittig de verpleegkundige indien je je misselijk voelt of moet braken. We dienen dan de nodige medicatie toe via het aanwezige infuus of in de vorm van pillen.
Na de operatie is het mogelijk dat je temperatuur verhoogd is. In overleg met de arts starten we, indien nodig, medicatie.
In overleg met de behandelende arts, kan jouw thuismedicatie terug opgestart worden.
De arts zal ook beslissen of er al dan niet verder antibiotica, via het infuus of via pillen, zal gegeven worden.
Als je je niet misselijk voelt, krijg je water te drinken. Na de operatie bouwen we de voeding langzaam op, in overleg met de arts.
Je blijft in bed tot je voldoende wakker bent. Een verpleegkundige begeleidt je, zodra je mag rechtstaan, naar het toilet. Als je voor de eerste maal opstaat, is het mogelijk dat je draaierig bent en verminderde kracht voelt in de benen. Pas als de verpleegkundige het veilig vindt, mag je alleen opstaan.
Het is van groot belang dat je regelmatig je benen beweegt en uit bed komt, dit om flebitis te voorkomen.
De opnameduur is afhankelijk van de reden en complexiteit van de operatie, de nood om verder antibiotica te krijgen en of er eventuele drains werden geplaatst tijdens de operatie. De opnameduur kan gaan van 1 dag tot meerdere dagen. Jouw arts beslist samen met jou wanneer je terug naar huis kan.
De ontslagpapieren (brief voor de huisarts, medicatie, eventuele thuiszorg, afwezigheidsattest, controle raadpleging) worden met jou besproken en meegegeven bij ontslag.
We raden een controle bij de huisarts aan, één week na de operatie. Dit ter controle van de wonden. De hechtingen zijn, ofwel resorbeerbaar en dienen dus niet verwijderd te worden, ofwel niet-resorbeerbaar en dienen dan volgens voorschrift van de behandelende arts verwijderd te worden meestal via de huisarts.
Een controle bij de behandelende arts wordt gemaakt, meestal een drietal weken na de operatie. Hiervoor krijg je een afspraak mee.
Vermijd sporten en heffen van zware lasten (meer dan 10 kg) gedurende enkele weken (dit wordt met jou besproken). Licht huishoudelijk werk en wandelen is toegelaten, in beweging blijven is aangeraden.
Speciaal voedingsadvies is er meestal niet, bij ernstige infectie kan een voedingsadvies (licht verteerbare en/of darmsparende voeding) meegegeven worden.
Douchen mag mits het aanbrengen van waterafstotende verbandjes, een bad mag nadat de verbandjes verwijderd zijn en de wondjes volledig genezen zijn.
Vermijd directe zon of zonnebank op de littekens gedurende minstens 3 maanden (tot 12 maanden).
In geval van toenemende pijn of koorts >38°C contacteer je best de dienst abdominale heelkunde of je huisarts.
Hoe dringend is de ingreep?
Moet ik nuchter zijn?
Welke medicatie mag ik innemen en welke niet?
Wat als ik zenuwachtig ben?
Specifieke voorbereiding
Ontwaken na de ingreep
Wat met pijn, misselijkheid of temperatuur?
Moet ik medicatie innemen?
Mag ik terug eten en drinken?
Kan ik snel terug uit bed?