Ondergaat u of een naaste binnenkort een bijschildklier operatie?
Op deze pagina vindt u meer informatie over het ziektebeeld, de voorbereiding op de ingreep, meer uitleg over de operatie zelf en het verloop nadien.
Er zijn 4 kleine bijschildklieren (parathyroïden) die in nauw contact met de schildklier liggen. Iedere bijschildklier is ongeveer een erwt groot (3mm). De bijschildklieren liggen tussen de schildklier, de luchtpijp en de slokdarm, voor en achter de zenuw die de stembanden doet bewegen. Deze zenuw zorgt ervoor dat we kunnen ademen, spreken en slikken. De bijschildklier produceert een hormoon dat als functie heeft het evenwicht te bewaren in de calciumhuishouding. De bijschildklieren zelf staan onder controle van de hersenen.
Meer over de verschillende bijschildklieraandoeningen, diagnose en behandelingen vind je hier.
De urgentie van een schildklieroperatie varieert per aandoening:
  •  Primaire hyperparathyreoïdie::
Operaties worden doorgaans niet als urgent gezien, tenzij er ernstige symptomen zijn zoals nierfunctiestoornissen of ernstige botontkalking.
  •  Secundaire en tertiaire hyperparathyreoïdie:
De ingreep wordt gepland op basis van de ernst van de symptomen en het falen van andere, niet-chirurgische behandelingen.
Voor een bijschildklieroperatie is er geen specifieke voorbereiding noodzakelijk. Er wordt afgeraden om de dag van de ingreep een lotion of huidcrème aan te brengen.
De operatie gebeurt onder algemene verdoving.
In geval van een primaire hyperparathyreoïdie:
De ingreep duurt gemiddeld 30 minuten tot 1 uur afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep.
Indien er één hyper functionerende bijschildklier is gevonden op de onderzoeken voor de operatie is een minimaal invasieve bijschildklierresectie de standaardoperatie. Hier wordt slechts een hele kleine incisie gemaakt (1 à 2 cm ongeveer ter hoogte van de gelokaliseerde bijschildklier).
Indien er geen hyper functionerende bijschildklier is gevonden, wordt er een discrete, horizontale, symmetrische incisie gemaakt van ongeveer 4 tot 5 cm in een huidplooi in de lage hals.. Er wordt dan steeds een exploratie verricht van de 4 bijschildklieren, en in functie van de bevindingen worden er 1 of meerdere macroscopisch abnormale bijschildklieren verwijderd. Zelden is het nodig om ook een deel van de schildklier weg te nemen.
In geval van een secundaire en tertiaire hyperparathyreoïdie:
De ingreep duurt normaal 45 minuten tot anderhalf uur afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep.
Klassiek wordt er een discrete, horizontale, symmetrische incisie gemaakt van ongeveer 4 tot 5 cm in een huidplooi in de lage hals. Hierbij wordt steeds een exploratie verricht van de 4 bijschildklieren, waarbij er een “subtotale” resectie wordt verricht. Hierbij blijft enkel ¼ van de minst aangetaste bijschildklier ter plaatse. Al de overige, overactieve bijschildklieren worden verwijderd.
Geen enkele ingreep is vrij van risico. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale verwikkelingen van een operatie mogelijk, zoals trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfectie.
Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk:
Frequent voorkomend
  •  In geval van een secundaire of tertiaire hyperparathyreoïdie is het vanzelfsprekend dat bij deze operatie de kans op tijdelijke hypocalcemie (tekort aan calcium) het hoogst is. Vandaar dat u langer gehospitaliseerd blijft om dit tijdelijk tekort aan calcium via intraveneuze calciumtoediening te corrigeren.
  •  Pijn ter hoogte van de hals en nek ten gevolge van de positie tijdens de operatie.
  •  Hoesten (meer uitgesproken bij personen die roken!), is pijnlijk en kan een verhoogd risico op nabloeding inhouden. Indien je echter “slijmen” heeft in de keel (ten gevolge van de verdoving) dien je deze regelmatig op te hoesten waarbij je een lichte tegendruk geeft ter hoogte van het litteken.
  •  Stemproblemen:
    o  Heesheid in min of meerdere mate (meestal een gevolg van de operatie waarbij de zenuw die de stembanden innerveert tijdelijk geïrriteerd is), recupereert meestal binnen de 6 maanden.
    o  Niet meer kunnen roepen of het zingen van hoge tonen (irritatie van de zenuw die de stembanden aanspant om het halen van hoge tonen mogelijk te maken), recupereert na 6 weken.
Zeldzaam voorkomend
  •  Slikklachten, te vergelijken met een beginnende keelontsteking. Deze zijn meestal kortdurend van aard (24-48 uur). Indien u zich verslikt is dit meestal te wijten aan het feit dat 1 van beide stembanden minder goed beweegt.
  •  Ademhalingsmoeilijkheden: een of beide stembanden bewegen minder goed waardoor de stemspleet vernauwd is.
  •  Zwelling ter hoogte van de hals die het ademen moeilijker maakt, een nabloeding is het meest waarschijnlijk. Verwittig verpleging/arts.
  •  Tintelingen ter hoogte van de mond en ter hoogte van de handen is een teken van calcium tekort in het bloed ten gevolge van een minder goede werking van de bijschildklieren. Verwittig verpleging/arts.
Na de ingreep verblijf je nog 1 à 2 uren op de ontwaakzaal waar men vooral controleert op een eventuele nabloeding. Men zal er ook enkele bloedafnames verrichten om het bijschildklierhormoon (PTH) te bepalen. Na de nodige controles zal je overgebracht kunnen worden naar de verpleegeenheid.
Terug op de afdeling zal je een bloedafname ondergaan om de functie van de bijschildklieren te controleren. Indien deze waarde te laag is, worden calciumsupplementen en/of vitamine D supplementen opgestart.
Na de operatie kan je je nog wat moe en suf voelen. Dit is het gevolg van de verdoving die je kreeg tijdens de operatie.
Tijdens de operatie krijg je een infuus om het nodige vocht en de nodige medicatie toe te dienen. Het infuus blijft ter plaatse tot zolang nodig, afhankelijk van de nodige medicatie na de operatie en tot je opnieuw normaal kan/mag eten en drinken.
Na de operatie krijg je pijnstillers via het infuus. Mocht je nog pijn hebben, aarzel dan niet om extra pijnmedicatie te vragen aan de verpleegkundigen. Zij weten heel goed welke medicatie je mag krijgen en zorgen dat de maximale dosis niet wordt overschreden. Nadat het infuus is verwijderd, krijg je, indien nodig, pijnmedicatie in de vorm van pillen.
Verwittig de verpleegkundige indien je je misselijk voelt of moet braken. We dienen dan de nodige medicatie toe via het aanwezige infuus of in de vorm van pillen.
Na de operatie is het mogelijk dat je temperatuur verhoogd is. In overleg met de arts starten we, indien nodig, medicatie.
In overleg met de behandelende arts, kan jouw thuismedicatie terug opgestart worden. Er zal ook met jou besproken worden of het nodig is om bijkomend calcium en vitamine D in pilvorm in te nemen.
Na de operatie mag je water drinken. Als je eenmaal terug op de afdeling en niet misselijk bent, kan je een lichte maaltijd eten.
Je blijft in bed tot je voldoende wakker bent. Een verpleegkundige begeleidt je, zodra je mag rechtstaan, naar het toilet. Als je voor de eerste maal opstaat, is het mogelijk dat je draaierig bent en verminderde kracht voelt in de benen. Pas als de verpleegkundige het veilig vindt, mag je alleen opstaan.
Het is van groot belang dat je regelmatig je benen beweegt en uit bed komt, dit om flebitis te voorkomen.
De opnameduur is afhankelijk van de uitgebreidheid van de operatie. Meestal gebeurd de operatie in dagziekenhuis of met 1 overnachting in het ziekenhuis. Jouw arts beslist samen met jou wanneer je terug naar huis kan.
De ontslagpapieren (brief voor de huisarts, medicatie, eventuele thuiszorg, afwezigheidsattest, controle raadpleging) worden met jou besproken en meegegeven bij ontslag.
De hechtingen zijn resorbeerbaar en dienen dus niet verwijderd te worden. Je laat het verband of de wondlijm best een 10-tal dagen ter plaatse.
Je krijgt een afspraak mee om op controle bij jouw endocrinoloog te gaan een 10- tal dagen na de ingreep. Indien nodig zal jouw endocrinoloog dan schildklierhormonen voorschrijven of aanpassen die je levenslang dient in te nemen nuchter een halfuur voor het ontbijt.
Indien er tekenen zijn van calcium tekort krijg je een voorschrift mee voor calcium en vitamine D, in te nemen volgens een afbouwschema.
Na 10 dagen kan je te starten met het litteken ter hoogte van de hals te masseren en met een vettige crème in te wrijven, om het litteken soepel te maken en harde littekenweefselvorming te voorkomen.
Bij stem- of slikproblemen zal je een voorschrift voor logopedie worden meegegeven na een bezoek bij de neus-keel-oor specialist.
Je krijgt eveneens een afspraak om na 6 weken bij jouw chirurg op controle te komen. Er wordt ook een aanvraag voor een bloedonderzoek meegegeven (controle van de schildkliertesten en calcium). Het bloedonderzoek zelf kan je laten doorgaan net voor de consultatie of bij jouw huisarts. De resultaten van dit bloedonderzoek breng je mee op de consultatie.
Speciaal voedingsadvies is er niet.
Douchen mag mits het aanbrengen van waterafstotend verband of als de wond bedekt is met wondlijm.
Vermijd directe zon of zonnebank op het litteken gedurende minstens 6 maanden.
In geval van toenemende pijn of koorts >38°C contacteer je best de dienst abdominale heelkunde, je huisarts of de dienst spoedgevallen.
Hoe dringend is de ingreep?
Moet ik nuchter zijn?
Welke medicatie mag ik innemen en welke niet?
Wat als ik zenuwachtig ben?
Specifieke voorbereiding
Ontwaken na de ingreep
Wat met pijn, misselijkheid of temperatuur?
Moet ik medicatie innemen?
Mag ik terug eten en drinken?
Kan ik snel terug uit bed?