Loading...

Bezig met laden...

Endeldarmchirurgie

Ondergaat u of een naaste binnenkort een operatie aan de endeldarm?

Op deze pagina vindt u meer informatie over het ziektebeeld, de voorbereiding op de ingreep, meer uitleg over de operatie zelf en het verloop nadien.

Wat is endeldarmkanker?

Het rectum of de endeldarm is het allerlaatste stuk van de dikke darm, vlak voor deze aansluit op het anaal kanaal en vervult een belangrijke reservoirfunctie voor de opslag van stoelgang en behoudt van een normale continentie.

Endeldarmkanker, of rectumcarcinoom in medische termen, is een vorm van kanker die voorkomt in het rectum, het laatste deel van de dikke darm dat aansluit op de anus. Net als andere vormen van darmkanker ontstaat rectumkanker meestal uit ongecontroleerde groei van slijmvlies tot poliepen die, indien onbehandeld, na verloop van tijd kunnen ontaarden en kwaadaardig worden.

Veel voorkomende symptomen van rectumkanker zijn onder andere veranderde stoelgang, bloed in de ontlasting, valse stoelgangsdrang, buikpijn of ongemak en onbedoeld gewichtsverlies. Het is echter belangrijk om te weten dat deze symptomen ook door andere aandoeningen kunnen worden veroorzaakt. Heeft u deze klachten? Neem dan contact op met uw huisarts.

Hiernaast is het ook uitermate belangrijk om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek om zo vroegtijdig poliepen op te sporen.

Het stellen van de diagnose darmkanker omvat vaak een combinatie van procedures, waaronder een rectaal toucher, colonoscopie (darmonderzoek), beeldvorming met CT en MRI en biopsie. Met een colonoscopie kan de arts de binnenkant van de dikke darm en het rectum onderzoeken, poliepen verwijderen en als er kanker wordt ontdekt een biopsie nemen om de diagnose te bevestigen.

Welke behandelopties zijn er:

Chirurgie: De eerste behandeling voor endeldarmkanker bestaat vaak uit een operatie om de tumor en de aangetaste omliggende weefsels te verwijderen. Het soort operatie hangt af van de plaats en het stadium van de kanker. Zo is het bijzonder In sommige gevallen kan een tijdelijk of permanent colostoma nodig zijn. Voorafgaand aan chirurgie is in een aantal gevallen een voorbehandeling nodig met chemotherapie en/of radiotherapie, om de tumor te verkleinen en zowel lokaal als systemisch te behandelen. In geselecteerde gevallen bij een uitermate gunstige respons op deze voorbehandeling kan het zelfs zijn dat een operatie tijdelijk of helemaal niet meer noodzakelijk is (Watch and Wait-protocol).

Chemotherapie: Hierbij worden medicijnen gebruikt om de kankercellen te doden of de groei ervan te vertragen. Chemotherapie kan zowel voor of na de operatie worden aanbevolen, afhankelijk van het stadium van de kanker.

Radiotherapie: Stralen met een hoge energie richten zich op kankercellen en vernietigen deze. Bestralingstherapie wordt vaak naast chirurgie of chemotherapie gebruikt, vooral om tumoren vóór de operatie te laten krimpen en de kans op een lokaal recidief na de operatie te verkleinen.

Gerichte (Targeted) therapie: Bepaalde geneesmiddelen richten zich op specifieke moleculen die betrokken zijn bij de groei en verspreiding van kankercellen. Gerichte therapie wordt in sommige gevallen gebruikt, met name voor gevorderde darmkanker.

Immunotherapie: Deze aanpak stimuleert het immuunsysteem van het lichaam om kankercellen te herkennen en aan te vallen. Immunotherapie is op heden volop in ontwikkeling en kan in zeer selectieve gevallen al worden toegepast.

De prognose varieert afhankelijk van het stadium waarin de diagnose wordt gesteld en de doeltreffendheid van de behandeling. Vroege opsporing door routinescreenings, zoals colonoscopie, verbetert de kans op een succesvolle behandeling aanzienlijk.

Patiënten bij wie rectumkanker is vastgesteld zullen nauw samenwerken met het behandelende team (artsen, verpleegkundigen, psychologen,…) om het meest geschikte behandelplan voor hun individuele geval te bepalen. Regelmatige vervolgafspraken en screenings zijn essentieel voor het monitoren van de respons op de behandeling en het vroegtijdig opsporen van een eventueel recidief.

Zoals bij elke medische aandoening is een open communicatie met zorgverleners van cruciaal belang om weloverwogen beslissingen over de behandeling te kunnen nemen en de fysieke en emotionele aspecten van de reis naar herstel te kunnen beheren.

Voorbereiden op de ingreep

In sommige gevallen moet een kankeroperatie zo snel mogelijk gebeuren, maar meestal is een korte wachtperiode geen probleem. In een deel van de gevallen heb je chemotherapie of bestraling nodig voordat je wordt geopereerd (neo-adjuvante therapie). Het is niet ongebruikelijk dat patiënten een paar weken wachten met opereren nadat ze hebben gehoord dat ze kanker hebben of zelfs een paar maand als eerst wordt gestart met radio- en/of chemotherapie.
Een nieuwe diagnose van darmkanker is altijd heel confronterend. De behandelend arts en chirurg zal dan ook zijn best doen om je zo goed mogelijk te informeren en zo snel mogelijk een behandeling op te starten.

In geval van een dringende ingreep zal je nuchter worden gehouden vanaf opname. Bij geplande ingrepen gelden het advies nuchter zijn voor een operatie:

- Heldere vloeistoffen zonder bruis zijn toegestaan en zelfs aan te raden tot 2u voor de ingreep, aan een maximale hoeveelheid van 1 glas (200ml) per uur. Onder heldere vloeistoffen verstaan we: plat water, aquarius, koolhydraatrijke dranken, vruchtensap zonder pulp, zwarte koffie of thee (ev. met suiker). Alcohol is niet toegestaan.

- De dag van de ingreep is een licht ontbijt toegestaan tot 6u voor de ingreep (bv. koffie met melk, fruitsap met pulp, granen, toast, cracker met confituur, yoghurt). Indien u een stevig ontbijt neemt (vlees, kaas, ontbijtkoeken, choco, eieren, gefrituurd) dient u dit minstens 8u preoperatief te nuttigen.

- Sommige medische aandoeningen kunnen leiden tot een vertraagde maaglediging (bv. Diabetes, gastro-oesofagale reflux, maaghernia, dysfagie?). Indien u hiermee gekend bent, gelieve eerst te overleggen met een arts voor de correcte nuchterheidsprincipes.

Je dagelijks geneesmiddelengebruik wordt met jou besproken. Sommige geneesmiddelen dienen tijdelijk te worden stopgezet. Bij gebruik van bepaalde geneesmiddelen (bv. sommige bloedverdunners) kan het nodig zijn om je vooraf aan de ingreep bepaalde medicatie toe te dienen of om indien mogelijk de operatie tijdelijk uit te stellen. Is er iets onduidelijk of ben je niet zeker welke medicatie je mag innemen, vraag het dan op voorhand aan je chirurg of anesthesist.

Indien je gestresseerd bent voor de ingreep kan je op voorschrift van de anesthesist voor je vertrek naar de operatiezaal een licht kalmeermiddel krijgen.

Een specifieke voorbereiding voor rectumchirurgie bestaat uit een volledige darmvoorbereiding. Dit kan zowel thuis als in het ziekenhuis gebeuren. Verder is het belangrijk om in een zo goed mogelijke gezondheid aan de operatie te beginnen. Vergeet dus zeker niet in beweging te blijven en gezond te eten.
Soms zal de chirurg vragen om voorafgaand aan de ingreep langs te gaan bij de huisarts voor een controle bloedname en ECG als deze nog niet zijn gebeurd. Soms kan ook een bezoek aan een cardioloog of pneumoloog noodzakelijk zijn om het perioperatieve risico zo goed mogelijk in te schatten.
Patiënten die een hartklepvervanging hebben ondergaan zullen vooraf antibiotica moeten nemen om deze te beschermen, vermeldt dit dus zeker tijdens de consultatie.

De operatie

Bij een operatie voor endeldarmkanker verwijdert de chirurg het rectum met daarin de tumor evenals het mesorectum, dit is de vet-enveloppe die rond het rectum zit en die de lymfeklieren bevat langswaar het rectum draineert. Deze lymfeklieren worden nadien onderzocht onder de microscoop op de aanwezigheid van kankercellen. Afhankelijk van de uitslag bepaalt de arts of er een reden is om aanvullend chemotherapie te adviseren.

Afhankelijk van de locatie van de tumor, de algemene toestand van de patiënt en de mogelijke functionele gevolgen kan al dan niet nog een nieuwe verbinding gemaakt worden tussen het anaal kanaal en de dikke darm.

Grofweg kan dus opgedeeld worden in drie verschillende types chirurgie:

•   Lokale excisie (Transanale Minimaal Invasieve Chirurgie – TAMIS ) voor bepaalde kleine tumoren, dit gebeurd met laparoscopische instrumenten langsheen de anus.
•   Totale Mesorectale Excisie (TME) waarbij het rectum en omliggende vet met lymfekliertjes wordt weggenomen en de darmcontinuïteit wordt hersteld.



•   Abdominoperineale Rectumamputatie (APRA) waarbij, in gevorderde kankerstadia of bij ingroei in de sluitspier, het volledige rectum en anaal kanaal wordt verwijderd en een colostoma wordt aangelegd.



De operatie verloopt onder een algemene anesthesie, zodat de patiënt tijdens de ingreep slaapt en geen pijn heeft. De chirurg zal altijd proberen om de ingreep zo minimaal invasief mogelijk te doen, dit wil zeggen dat er laparoscopisch (met kleine kijkgaatjes en een camera) of met de robot zal gewerkt worden. Wanneer de complexiteit van de operatie, de grootte van de tumor of onvoorziene omstandigheden hierom vragen zal echter gekozen worden voor een klassieke laparotomie waarbij een snede in de buik wordt gemaakt. Hier geldt het motto: ‘eerst zo goed en veilig mogelijk, en dan pas zo klein mogelijk’.

De belangrijkste complicaties na rectumchirurgie zijn naadlekkage, nabloeding of infectie. Soms zal tijdelijk een stoma van de dunne darm worden aangelegd om de genezing van een nieuwe verbinding tussen dikke darm en anaal kanaal te laten genezen. Dit wordt op voorhand ook besproken op de consultatie.
Na de ingreep blijf je dan ook een aantal dagen in het ziekenhuis zodat je kan herstellen, we de genezing nauwgezet kunnen opvolgen en eventuele complicaties snel kunnen herkennen en behandelen.

Mogelijke verwikkelingen

Geen enkele ingreep is vrij van risico's op verwikkelingen.

Bij een darmoperatie, net als bij elke andere operatie, kunnen complicaties ontstaan. Een complicatie is een ongewild gevolg van de operatie. Meestal zijn deze complicaties tijdelijk en kunnen ze goed behandeld worden.


•  Misselijkheid, omdat je maag en je darmen weer opnieuw op gang moeten komen na de operatie. Veel mensen hebben last van misselijkheid na de operatie. Je arts kan medicijnen geven om het te voorkomen.
•  Problemen met de ontlasting, bijvoorbeeld constipatie of net diarree en dunne ontlasting. Je maag en je darmen moeten weer opnieuw op gang komen na de operatie.
•  Ongeveer 3-8 % van de mensen krijgt na de operatie een naadlekkage. Dit is meteen ook één van de ernstige complicaties, en is veel frequenter bij rectumchirurgie (endeldarm) dan bij colonchirurgie. Als de nieuwe verbinding tussen twee gezonde stukken darm niet goed geneest lekt er ontlasting buiten je darmen. Afhankelijk van de ernst van deze lekkage kan je antibiotica krijgen of moet je opnieuw geopereerd worden, soms krijg je dan (tijdelijk) een stoma.

Andere complicaties die kunnen voorkomen na een operatie, maar niet specifiek zijn voor een darmoperatie:
•  Een postoperatieve bloeding
•  Een infectie aan de littekens
•  Een infectie in de buik, in de longen, aan de urine, …
•  Flebitis of longembool, dit zijn klonters in de aders van respectievelijk de benen of de longen

Na de operatie kun je verschillende klachten hebben. Bijvoorbeeld problemen met de ontlasting, een gewijzigd stoelgangspatroon of vermoeidheid. Heel wat van deze klachten verminderen en verdwijnen na verloop van tijd. Sommige klachten kun je lang blijven houden.

Mogelijkse specifieke gevolgen bij rectumchirurgie zijn ook seksuele dysfunctie (erectiestoornissen, vaginale droogte), plasproblemen en stoelgangsproblemen met vaak frequentere stoelgang en heel uitgesproken stoelgangsdrang. Dit kadert binnen het Low Anterior Resection Syndroom (LARS) en is een gevolg van het wegnemen van de reservoirfunctie van het rectum. De arts zal dit tijdens de preoperatieve raadpleging bespreken en ook op de controleconsultaties navragen.

Het is dan ook bijzonder belangrijk dat je altijd goed blijft communiceren met het team dat jou omringt en instaat voor je herstel. Heel wat van deze laattijdige gevolgen kunnen grotendeels opgevangen worden door het aanpassen van de behandeling. Aarzel dan ook niet om dit soort zaken aan je arts te melden.

Dit overzicht is niet limitatief.

Na de ingreep

Na de operatie blijf je op de ontwaakzaal en zal je na de nodige controles overgebracht kunnen worden naar de verpleegeenheid.

Na de operatie kan je je nog wat moe en suf voelen. Dit is het gevolg van de verdoving die je kreeg tijdens de operatie. Tijdens de operatie krijg je een infuus om het nodige vocht en de nodige medicatie toe te dienen. Het infuus blijft ter plaatse tot zolang nodig, afhankelijk van de nodige medicatie na de operatie en tot je opnieuw normaal kan/mag eten en drinken.

Na de operatie krijg je pijnstillers via het infuus. Mocht je nog pijn hebben, aarzel dan niet om extra pijnmedicatie te vragen aan de verpleegkundigen. Zij weten heel goed welke medicatie je mag krijgen en zorgen dat de maximale dosis niet wordt overschreden. Nadat het infuus is verwijderd, krijg je, indien nodig, pijnmedicatie in de vorm van pillen.

Verwittig de verpleegkundige indien je je misselijk voelt of moet braken. We dienen dan de nodige medicatie toe via het aanwezige infuus of in de vorm van pillen.

Na de operatie is het mogelijk dat je temperatuur verhoogd is. In overleg met de arts starten we, indien nodig, medicatie. In overleg met de behandelende arts, kan jouw thuismedicatie terug opgestart worden.

De arts zal ook beslissen of er al dan niet verder antibiotica, via het infuus of via pillen, zal gegeven worden.

Als je je niet misselijk voelt, krijg je water te drinken. Na de operatie bouwen we de voeding langzaam op, in overleg met de arts.

Je blijft in bed tot je voldoende wakker bent. Een verpleegkundige begeleidt je, zodra je mag rechtstaan, naar het toilet. Als je voor de eerste maal opstaat, is het mogelijk dat je draaierig bent en verminderde kracht voelt in de benen. Pas als de verpleegkundige het veilig vindt, mag je alleen opstaan. Het is van groot belang dat je regelmatig je benen beweegt en uit bed komt, dit om flebitis te voorkomen.

Ontslag

Na de ingreep heb je wat tijd nodig om te herstellen in het ziekenhuis, de duur van je hospitalisatie hangt grotendeels af van de complexiteit van de ingreep en de snelheid waarmee je herstelt. Als je goed kan eten en drinken, minstens al wat wind kan maken én de controle-bloedafnames goed zijn kan je in overleg met je behandelende chirurg het ziekenhuis verlaten.

De ontslagpapieren (brief voor de huisarts, medicatie, eventuele thuiszorg, afwezigheidsattest, controle raadpleging) worden met jou besproken en meegegeven bij ontslag.

We raden een controle bij de huisarts aan, één week na de operatie. Dit ter controle van de wonden. De hechtingen zijn, ofwel resorbeerbaar en dienen dus niet verwijderd te worden, ofwel niet-resorbeerbaar en dienen dan volgens voorschrift van de behandelende arts verwijderd te worden meestal via de huisarts.

Een controle bij de behandelende arts wordt gemaakt, meestal een drietal weken na de operatie. Hiervoor krijg je een afspraak mee.

Nazorg

Vermijd sporten en heffen van zware lasten (meer dan 10 kg) gedurende enkele weken (dit wordt met jou besproken). Licht huishoudelijk werk en wandelen is toegelaten, in beweging blijven is aangeraden.

Speciaal voedingsadvies is er meestal niet, bij ernstige infectie kan een voedingsadvies (licht verteerbare en/of darmsparende voeding) meegegeven worden.

Douchen mag mits het aanbrengen van waterafstotende verbandjes, een bad mag nadat de verbandjes verwijderd zijn en de wondjes volledig genezen zijn.

Vermijd directe zon of zonnebank op de littekens gedurende minstens 3 maanden (tot 12 maanden).

In geval van toenemende pijn of koorts >38°C contacteer je best de dienst abdominale heelkunde of je huisarts.

FAQ

Hoe dringend is de ingreep?

In sommige gevallen moet een kankeroperatie zo snel mogelijk gebeuren, maar meestal is een korte wachtperiode geen probleem. In een deel van de gevallen heb je chemotherapie of bestraling nodig voordat je wordt geopereerd (neo-adjuvante therapie). Het is niet ongebruikelijk dat patiënten een paar weken wachten met opereren nadat ze hebben gehoord dat ze kanker hebben of zelfs een paar maand als eerst wordt gestart met radio- en/of chemotherapie.
Een nieuwe diagnose van darmkanker is altijd heel confronterend. De behandelend arts en chirurg zal dan ook zijn best doen om je zo goed mogelijk te informeren en zo snel mogelijk een behandeling op te starten.

Moet ik nuchter zijn?

In geval van een dringende ingreep zal je nuchter worden gehouden vanaf opname. Bij geplande ingrepen gelden het advies nuchter zijn voor een operatie:

- Heldere vloeistoffen zonder bruis zijn toegestaan en zelfs aan te raden tot 2u voor de ingreep, aan een maximale hoeveelheid van 1 glas (200ml) per uur. Onder heldere vloeistoffen verstaan we: plat water, aquarius, koolhydraatrijke dranken, vruchtensap zonder pulp, zwarte koffie of thee (ev. met suiker). Alcohol is niet toegestaan.

- De dag van de ingreep is een licht ontbijt toegestaan tot 6u voor de ingreep (bv. koffie met melk, fruitsap met pulp, granen, toast, cracker met confituur, yoghurt). Indien u een stevig ontbijt neemt (vlees, kaas, ontbijtkoeken, choco, eieren, gefrituurd) dient u dit minstens 8u preoperatief te nuttigen.

- Sommige medische aandoeningen kunnen leiden tot een vertraagde maaglediging (bv. Diabetes, gastro-oesofagale reflux, maaghernia, dysfagie?). Indien u hiermee gekend bent, gelieve eerst te overleggen met een arts voor de correcte nuchterheidsprincipes.

Welke medicatie mag ik innemen en welke niet?

Je dagelijks geneesmiddelengebruik wordt met jou besproken. Sommige geneesmiddelen dienen tijdelijk te worden stopgezet. Bij gebruik van bepaalde geneesmiddelen (bv. sommige bloedverdunners) kan het nodig zijn om je vooraf aan de ingreep bepaalde medicatie toe te dienen of om indien mogelijk de operatie tijdelijk uit te stellen. Is er iets onduidelijk of ben je niet zeker welke medicatie je mag innemen, vraag het dan op voorhand aan je chirurg of anesthesist.

Wat als ik zenuwachtig ben?

Indien je gestresseerd bent voor de ingreep kan je op voorschrift van de anesthesist voor je vertrek naar de operatiezaal een licht kalmeermiddel krijgen.

Specifieke voorbereiding

Een specifieke voorbereiding voor rectumchirurgie bestaat uit een volledige darmvoorbereiding. Dit kan zowel thuis als in het ziekenhuis gebeuren. Verder is het belangrijk om in een zo goed mogelijke gezondheid aan de operatie te beginnen. Vergeet dus zeker niet in beweging te blijven en gezond te eten.
Soms zal de chirurg vragen om voorafgaand aan de ingreep langs te gaan bij de huisarts voor een controle bloedname en ECG als deze nog niet zijn gebeurd. Soms kan ook een bezoek aan een cardioloog of pneumoloog noodzakelijk zijn om het perioperatieve risico zo goed mogelijk in te schatten.
Patiënten die een hartklepvervanging hebben ondergaan zullen vooraf antibiotica moeten nemen om deze te beschermen, vermeldt dit dus zeker tijdens de consultatie.

Ontwaken na de ingreep

Na de operatie blijf je op de ontwaakzaal en zal je na de nodige controles overgebracht kunnen worden naar de verpleegeenheid. Na de operatie kan je je nog wat moe en suf voelen. Dit is het gevolg van de verdoving die je kreeg tijdens de operatie. Tijdens de operatie krijg je een infuus om het nodige vocht en de nodige medicatie toe te dienen. Het infuus blijft ter plaatse tot zolang nodig, afhankelijk van de nodige medicatie na de operatie en tot je opnieuw normaal kan/mag eten en drinken.

Wat met pijn, misselijkheid of temperatuur?

Na de operatie krijg je pijnstillers via het infuus. Mocht je nog pijn hebben, aarzel dan niet om extra pijnmedicatie te vragen aan de verpleegkundigen. Zij weten heel goed welke medicatie je mag krijgen en zorgen dat de maximale dosis niet wordt overschreden. Nadat het infuus is verwijderd, krijg je, indien nodig, pijnmedicatie in de vorm van pillen. Verwittig de verpleegkundige indien je je misselijk voelt of moet braken. We dienen dan de nodige medicatie toe via het aanwezige infuus of in de vorm van pillen. Na de operatie is het mogelijk dat je temperatuur verhoogd is. In overleg met de arts starten we, indien nodig, medicatie.

Moet ik medicatie innemen?

In overleg met de behandelende arts, kan jouw thuismedicatie terug opgestart worden. De arts zal ook beslissen of er al dan niet verder antibiotica, via het infuus of via pillen, zal gegeven worden.

Mag ik terug eten en drinken?

Als je je niet misselijk voelt, krijg je water te drinken. Na de operatie starten we de voeding terug op, in overleg met de arts.

Kan ik snel terug uit bed?

Je blijft in bed tot je voldoende wakker bent. Een verpleegkundige begeleidt je, zodra je mag rechtstaan, naar het toilet. Als je voor de eerste maal opstaat, is het mogelijk dat je draaierig bent en verminderde kracht voelt in de benen. Pas als de verpleegkundige het veilig vindt, mag je alleen opstaan. Het is van groot belang dat je regelmatig je benen beweegt en uit bed komt, dit om thrombose of flebitis te voorkomen.