Loading...

Bezig met laden...

Rectumprolaps

Ondergaat u of een naaste binnenkort een operatie voor een darmverzakking?

Op deze pagina vindt u meer informatie over het ziektebeeld, de voorbereiding op de ingreep, meer uitleg over de operatie zelf en het verloop nadien.

Wat is een rectocoele?

Bij vrouwen is een rectocoele een uitstulping in de voorwand van het rectum die tegen de achterwand van de vagina drukt. Het rectum en de vagina worden normaal gesproken gescheiden door stevig fibreus weefsel dat bekend staat als het "rectovaginale septum of tussenschot". Dit weefsel kan na verloop van tijd dun en zwak worden, wat resulteert in een rectocoele.

Deze aandoening komt frequent voor bij vrouwen van middelbare leeftijd, zeker na meerdere zwangerschappen of na een baarmoederverwijdering, en kan aanleiding geven tot volgende symptomen:
   • Moeizame ontlasting, soms uitstulpen van de darm in de achterwand van de vagina bij ontlasting.
   • Gevoel van onvolledige lediging na ontlasting
   • Drukkend gevoel in het bekken
   • Incontinentieklachten
   • Pijn bij seksuele betrekking

Een rectocoele kan op zichzelf voorkomen of deel uitmaken van een algemene verzwakking van de bekkenbodemspieren. Andere bekkenorganen, zoals de blaas (cystocoele) en de dunne darm (enterocoele), kunnen ook in de vagina uitstulpen en soortgelijke symptomen veroorzaken.

Indien de aandoening langer bestaat of de darmverzakking meer uitgesproken wordt kan de endeldarm zich binnenstebuiten keren en zo deels mee naar buiten komen bij het maken van stoelgang. Dit wordt dan een rectumprolaps genoemd.

Voorbereiden op de ingreep

Vaak is een rectocoele een reeds langer bestaand probleem, en bij moeizame ontlasting is een volledige oppuntstelling absoluut noodzakelijk om zo goed mogelijk het probleem in kaart te brengen en een juiste behandeling aan te kunnen reiken. Eens de diagnose van een rectocoele als oorzaak voor de klachten is gesteld zal samen met de chirurg gezocht worden naar een geschikte datum om deze ingreep uit te voeren. De ingreep is dus niet-dringend, maar we streven ernaar om patiënten altijd zo snel mogelijk te helpen ook met deze functionele problemen die een duidelijke impact hebben op de kwaliteit van leven.

De operatie

Bij de behandeling van een rectocoele of rectumprolaps wordt het bindweefsel tussen vagina en rectum (de endeldarm) verstevigd door middel van een mesh (netje) en hiermee wordt dan ook de endeldarm opnieuw in een anatomisch correcte positie opgehangen. Zo kan deze niet meer doorheen de vagina achterwand puilen of naar buiten komen. Deze ingreep noemt men een e ventrale rectocolpopromontoriumfixatie of -pexie (kortweg: rectopexie).

De operatie vindt plaats onder volledige verdoving en duurt gemiddeld ongeveer 1,5 uur. De ingreep gebeurt bijna altijd met de robot langsheen 4 kleine sneetjes. Het vlak tussen de endeldarm en de vagina wordt vrijgemaakt tot op de bekkenbodem en vervolgens wordt de mesh of netje vastgemaakt aan de endeldarm en vastgezet aan de onderzijde van de rug, waardoor weer een normale anatomische positie van de endeldarm ontstaat. De vagina wordt eveneens gefixeerd aan de mesh ter ondersteuning en voorkomt dat de darm terugzakt.

Mogelijke verwikkelingen

Geen enkele operatie is zonder risico’s en de chirurg en het volledige team doen er alles aan om deze te vermijden. Een specifieke, maar zeldzame complicatie op middellange termijn is een erosie van de mesh doorheen vagina of endeldarm. Hiervoor zullen bijkomende ingrepen nodig zijn.

Andere problemen die soms voorkomen na de ingreep zijn onder meer:
   • Urineweginfectie, last bij plassen
   • Reactie op narcose, zoals misselijkheid of braken
   • Wondgenezingsproblemen
   • Nabloeding
   • Kwetsuren aan darmstructuren bij losmaken van vergroeiingen
   • Algemene verwikkelingen, zoals trombose of een longontsteking


Dit overzicht is niet limitatief.

Na de ingreep

Na de operatie blijf je op de ontwaakzaal en zal je na de nodige controles overgebracht kunnen worden naar de verpleegeenheid.

Na de operatie kan je je nog wat moe en suf voelen. Dit is het gevolg van de verdoving die je kreeg tijdens de operatie. Tijdens de operatie krijg je een infuus om het nodige vocht en de nodige medicatie toe te dienen. Het infuus blijft ter plaatse tot zolang nodig, afhankelijk van de nodige medicatie na de operatie en tot je opnieuw normaal kan/mag eten en drinken.

Na de operatie krijg je pijnstillers via het infuus. Mocht je nog pijn hebben, aarzel dan niet om extra pijnmedicatie te vragen aan de verpleegkundigen. Zij weten heel goed welke medicatie je mag krijgen en zorgen dat de maximale dosis niet wordt overschreden. Nadat het infuus is verwijderd, krijg je, indien nodig, pijnmedicatie in de vorm van pillen.

Verwittig de verpleegkundige indien je je misselijk voelt of moet braken. We dienen dan de nodige medicatie toe via het aanwezige infuus of in de vorm van pillen.

Na de operatie is het mogelijk dat je temperatuur verhoogd is. In overleg met de arts starten we, indien nodig, medicatie. In overleg met de behandelende arts, kan jouw thuismedicatie terug opgestart worden.

De arts zal ook beslissen of er al dan niet verder antibiotica, pijnstilling of een stoelgangsverzachter moet worden opgestart.

Als je je niet misselijk voelt, krijg je water te drinken. Als dat goed gaat kan je terug eten en drinken, je hoeft niet langer nuchter te blijven.

Je blijft in bed tot je voldoende wakker bent. Een verpleegkundige begeleidt je, zodra je mag rechtstaan, naar het toilet. Als je voor de eerste maal opstaat, is het mogelijk dat je draaierig bent en verminderde kracht voelt in de benen. Pas als de verpleegkundige het veilig vindt, mag je alleen opstaan. Het is van groot belang dat je regelmatig je benen beweegt en uit bed komt, dit om flebitis te voorkomen.

Ontslag

De opnameduur is afhankelijk van de complexiteit van de operatie en de snelheid waarmee je hersteld. Als je goed kan eten en drinken, minstens al wat wind kan maken én de controle-bloedafnames goed zijn kan je in overleg met je behandelende chirurg het ziekenhuis verlaten. Bij een ventrale mesh rectopexie is dit vaak al daags na de ingreep het geval.

De ontslagpapieren (brief voor de huisarts, medicatie, eventuele thuiszorg, afwezigheidsattest, controle raadpleging) worden met jou besproken en meegegeven bij ontslag.

We raden een controle bij de huisarts aan, één week na de operatie. Dit ter controle van de wonden. De hechtingen zijn, ofwel resorbeerbaar en dienen dus niet verwijderd te worden, ofwel niet-resorbeerbaar en dienen dan volgens voorschrift van de behandelende arts verwijderd te worden meestal via de huisarts.

Een controle bij de behandelende arts wordt gemaakt, meestal een drietal weken na de operatie. Hiervoor krijg je een afspraak mee.

Nazorg

Vermijd sporten en heffen van zware lasten (meer dan 10 kg) gedurende enkele weken (dit wordt met jou besproken). Licht huishoudelijk werk en wandelen is toegelaten, in beweging blijven is aangeraden.

Er wordt aangeraden vezelrijke voeding te eten (veel groenten, fruit, bruin brood, zemelen) en veel water te drinken. Bij constipatie zal de chirurg u een laxeermiddel voorschrijven..

Douchen mag mits het aanbrengen van waterafstotende verbandjes, een bad mag nadat de verbandjes verwijderd zijn en de wondjes volledig genezen zijn.

Vermijd directe zon of zonnebank op de littekens gedurende minstens 3 maanden (tot 12 maanden).

In geval van toenemende pijn of koorts >38°C contacteer je best de dienst abdominale heelkunde of je huisarts.

FAQ

Hoe dringend is de ingreep?

De ingreep gebeurt meestal niet-dringend.

Moet ik nuchter zijn?

Bij geplande ingrepen gelden het advies nuchter zijn voor een operatie:

- Heldere vloeistoffen zonder bruis zijn toegestaan en zelfs aan te raden tot 2u voor de ingreep, aan een maximale hoeveelheid van 1 glas (200ml) per uur. Onder heldere vloeistoffen verstaan we: plat water, aquarius, koolhydraatrijke dranken, vruchtensap zonder pulp, zwarte koffie of thee (ev. met suiker). Alcohol is niet toegestaan.

- De dag van de ingreep is een licht ontbijt toegestaan tot 6u voor de ingreep (bv. koffie met melk, fruitsap met pulp, granen, toast, cracker met confituur, yoghurt). Indien u een stevig ontbijt neemt (vlees, kaas, ontbijtkoeken, choco, eieren, gefrituurd) dient u dit minstens 8u preoperatief te nuttigen.

- Sommige medische aandoeningen kunnen leiden tot een vertraagde maaglediging (bv. Diabetes, gastro-oesofagale reflux, maaghernia, dysfagie?). Indien u hiermee gekend bent, gelieve eerst te overleggen met een arts voor de correcte nuchterheidsprincipes.

Welke medicatie mag ik innemen en welke niet?

Je dagelijks geneesmiddelengebruik wordt met jou besproken. Sommige geneesmiddelen dienen tijdelijk te worden stopgezet. Bij gebruik van bepaalde geneesmiddelen (bv. sommige bloedverdunners) kan het nodig zijn om je vooraf aan de ingreep bepaalde medicatie toe te dienen of om indien mogelijk de operatie tijdelijk uit te stellen. Is er iets onduidelijk of ben je niet zeker welke medicatie je mag innemen, vraag het dan op voorhand aan je chirurg of anesthesist.

Wat als ik zenuwachtig ben?

Indien je gestresseerd bent voor de ingreep kan je op voorschrift van de anesthesist voor je vertrek naar de operatiezaal een licht kalmeermiddel krijgen.

Specifieke voorbereiding

Een volledige darmvoorbereiding voor de ingreep is niet noodzakelijk, wel zal bij opname een klein lavement gezet te worden op de verpleegafdeling net voor de ingreep.

Soms zal de chirurg vragen om voorafgaand aan de ingreep langs te gaan bij de huisarts voor een controle bloedname en ECG als deze nog niet zijn gebeurd. Soms kan ook een bezoek aan een cardioloog of pneumoloog noodzakelijk zijn om het perioperatieve risico zo goed mogelijk in te schatten.

Patiënten die een hartklepvervanging hebben ondergaan zullen vooraf antibiotica moeten nemen om deze te beschermen, vermeldt dit dus zeker tijdens de consultatie.

Ontwaken na de ingreep

Na de operatie blijf je op de ontwaakzaal en zal je na de nodige controles overgebracht kunnen worden naar de verpleegeenheid. Na de operatie kan je je nog wat moe en suf voelen. Dit is het gevolg van de verdoving die je kreeg tijdens de operatie. Tijdens de operatie krijg je een infuus om het nodige vocht en de nodige medicatie toe te dienen. Het infuus blijft ter plaatse tot zolang nodig, afhankelijk van de nodige medicatie na de operatie en tot je opnieuw normaal kan/mag eten en drinken.

Wat met pijn, misselijkheid of temperatuur?

Na de operatie krijg je pijnstillers via het infuus. Mocht je nog pijn hebben, aarzel dan niet om extra pijnmedicatie te vragen aan de verpleegkundigen. Zij weten heel goed welke medicatie je mag krijgen en zorgen dat de maximale dosis niet wordt overschreden. Nadat het infuus is verwijderd, krijg je, indien nodig, pijnmedicatie in de vorm van pillen. Verwittig de verpleegkundige indien je je misselijk voelt of moet braken. We dienen dan de nodige medicatie toe via het aanwezige infuus of in de vorm van pillen. Na de operatie is het mogelijk dat je temperatuur verhoogd is. In overleg met de arts starten we, indien nodig, medicatie.

Moet ik medicatie innemen?

In overleg met de behandelende arts, kan jouw thuismedicatie terug opgestart worden. De arts zal ook beslissen of er al dan niet verder antibiotica, pijnstilling of een stoelgangsverzachter moet worden opgestart.

Mag ik terug eten en drinken?

Als je je niet misselijk voelt, krijg je water te drinken. Na de operatie starten we de voeding terug op, in overleg met de arts.

Kan ik snel terug uit bed?

Je blijft in bed tot je voldoende wakker bent. Een verpleegkundige begeleidt je, zodra je mag rechtstaan, naar het toilet. Als je voor de eerste maal opstaat, is het mogelijk dat je draaierig bent en verminderde kracht voelt in de benen. Pas als de verpleegkundige het veilig vindt, mag je alleen opstaan. Het is van groot belang dat je regelmatig je benen beweegt en uit bed komt, dit om flebitis te voorkomen.