Loading...

Bezig met laden...

Thyroidectomie

Ondergaat u of een naaste binnenkort een schildklier operatie?

Op deze pagina vindt u meer informatie over het ziektebeeld, de voorbereiding op de ingreep, meer uitleg over de operatie zelf en het verloop nadien.

Wat is de schildklier?

De schildklier is een klein, vlindervormig orgaan dat zich aan de voorkant van de hals bevindt, net onder het strottenhoofd (de adamsappel), voor de luchtpijp en de slokdarm.

Tussen de luchtpijp en de schildklier liggen links en rechts de zenuwen die de stembanden doen bewegen en die ervoor zorgen dat we kunnen ademen, spreken en slikken.

Er zijn ook 4 kleine bijschildklieren (parathyroïden) die in nauw contact met de schildklier gelegen zijn en die de calciumhuishouding regelen.

De schildklier speelt een cruciale rol in het reguleren van de stofwisseling door de aanmaak van schildklierhormonen (T3 en T4). Deze hormonen beïnvloeden verschillende processen in het lichaam, zoals energieverbruik, hartslag en de groei en ontwikkeling van weefsels.

Meer over de verschillende schildklieraandoeningen, diagnose en behandelingen vind je hier.

Welke schildklieraandoeningen zijn er?

Schildklieraandoeningen kunnen in verschillende vormen voorkomen:
  •  Struma: een vergrote schildklier, vaak zichtbaar als een zwelling in de hals. Dit kan al dan niet gepaard gaan met een verminderde of verhoogde hormoonproductie.
  •  Knobbels in de schildklier: dit zijn lokale zwellingen in de klier. De meeste knobbels zijn goedaardig, maar sommige kunnen kwaadaardig zijn.
  •  Hyperthyreoïdie: een te snel werkende schildklier, waardoor er te veel hormonen worden aangemaakt. Een gekend voorbeeld hiervan is de ziekte van Graves.
  •  Hypothyreoïdie: een te traag werkende schildklier, waardoor er te weinig hormonen worden aangemaakt. Een gekend voorbeeld hiervan is de ziekte van Hashimoto.
  •  Schildklierkanker: een zeldzamere, maar ernstige aandoening waarbij kwaadaardige cellen in de schildklier ontstaan.

Diagnose

De diagnose van een schildklieraandoening wordt gesteld door een combinatie van:
  •  Lichamelijk onderzoek: de arts voelt aan de schildklier en onderzoekt de hals.
  •  Bloedonderzoek: om de niveaus van schildklierhormonen en schildklierstimulerend hormoon (TSH) te meten.
  •  Beeldvorming: zoals een echografie om de grootte en structuur van de schildklier te beoordelen.
  •  Punctie (FNA-biopsie): als er knobbels aanwezig zijn, kan een punctie worden uitgevoerd om te bepalen of deze goedaardig of kwaadaardig zijn.
  •  Scintigrafie: een nucleair onderzoek dat helpt bij het onderscheiden van actieve en niet-actieve knobbels.

Behandeling

De keuze voor een operatie hangt af van de aard van de aandoening:
  •  Struma: bij een zeer grote struma dat druk uitoefent op de luchtpijp of slokdarm, of cosmetisch storend is, kan een gedeeltelijke of volledige verwijdering van de schildklier worden aanbevolen.
  •  Knobbels: als de knobbel kwaadaardig is of kan zijn, of klachten veroorzaakt, wordt vaak een operatie geadviseerd.
  •  Schildklierkanker: hierbij is meestal een totale verwijdering van de schildklier nodig, soms in combinatie met een aanvullende nabehandeling zoals radioactief jodium. Naargelang het type kwaadaardig gezwel zal er al dan niet een lymfeklieruitruiming uitgevoerd worden. De behandeling en de uitgebreidheid van de behandeling hangt ook af van het type schildklierkanker.
  •  Hyperthyreoïdie: als medicatie of andere behandelingen niet effectief zijn, of als er ernstige bijwerkingen optreden, kan een (gedeeltelijke) verwijdering van de schildklier nodig zijn als definitieve oplossing.

Voorbereiden op de ingreep

De urgentie van een schildklieroperatie varieert per aandoening:

  •  Goedaardige aandoeningen zoals struma of goedaardige knobbels hebben meestal geen spoedoperatie nodig, tenzij er sprake is van ernstige klachten.
  •  Schildklierkanker: operaties bij kwaadaardige aandoeningen worden doorgaans als vrij dringend beschouwd en vinden vaak binnen enkele weken plaats.
  •  Hyperthyreoïdie: afhankelijk van de ernst van de symptomen kan de operatie worden gepland nadat andere behandelingen zijn geprobeerd. Jouw behandelend arts zal samen met jou bespreken hoe snel een ingreep nodig is op basis van jouw specifieke situatie.

Voor een schildklieroperatie is er geen specifieke voorbereiding noodzakelijk. Er wordt afgeraden om de dag van de ingreep een lotion of huidcrème aan te brengen.

Indien u gekozen hebt voor een littekenloze ingreep via de mond (transoraal, TOETVA), wordt enkele dagen voor de ingreep gestart met mondspoelingen en antibiotica. Uw arts zal dit tijdig met u communiceren en voorschrijven.

De operatie

De operatie gebeurt onder algemene verdoving.

De ingreep duurt gemiddeld 45 minuten tot anderhalf uur afhankelijk van de uitgebreidheid en moeilijkheidsgraad van de ingreep. Een littekenloze ingreep via de mond (transoraal, TOETVA), duurt doorgaans dubbel zo lang.

Klassiek wordt er een discrete, horizontale, symmetrische incisie gemaakt van ongeveer 4 tot 5 cm in een huidplooi in de lage hals. Langs deze weg wordt de halve of de volledige schildklier verwijderd. Enkel bij een extreem grote en achter het borstbeen duikende schildklier dient uitzonderlijk het borstbeen te worden opengemaakt. Bij een littekenloze ingreep via de mond (transoraal, TOETVA), bevinden er zich 3 kleine incisie ter hoogte van de binnenkant van de onderlip.

Tijdens de ingreep wordt door middel van een zenuwstimulator de zenuw die de stembanden innerveert opgespoord en gecontroleerd. Door middel van een speciaal instrument worden de bloedvaten als het ware dichtgelast, zodat er een minimaal bloedverlies is. Een toestel ter opsporing en bescherming van de bijschildklieren kan eveneens gebruikt worden, zo nodig.

Mogelijke verwikkelingen

Geen enkele ingreep is vrij van risico. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale verwikkelingen van een operatie mogelijk, zoals trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfectie.

Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk:

Frequent voorkomend
  •  Pijn ter hoogte van de hals en nek ten gevolge van de positie tijdens de operatie.
  •  Hoesten (meer uitgesproken bij personen die roken!), is pijnlijk en kan een verhoogd risico op nabloeding inhouden. Indien je echter “slijmen” heeft in de keel (ten gevolge van de verdoving) dien je deze regelmatig op te hoesten waarbij je een lichte tegendruk geeft ter hoogte van het litteken.
  •  Tintelingen ter hoogte van de mond en ter hoogte van de handen is een teken van calcium tekort in het bloed ten gevolge van een minder goede werking van de bijschildklieren. Verwittig verpleging/arts.
  •  Stemproblemen:
    o  Heesheid in min of meerdere mate (meestal een gevolg van de operatie waarbij de zenuw die de stembanden innerveert tijdelijk geïrriteerd is), recupereert meestal binnen de 6 maanden.
    o  Niet meer kunnen roepen of het zingen van hoge tonen (irritatie van de zenuw die de stembanden aanspant om het halen van hoge tonen mogelijk te maken), recupereert na 6 weken.

Zeldzaam voorkomend
  •  Slikklachten, te vergelijken met een beginnende keelontsteking. Deze zijn meestal kortdurend van aard (24-48 uur). Indien u zich verslikt is dit meestal te wijten aan het feit dat 1 van beide stembanden minder goed beweegt.
  •  Ademhalingsmoeilijkheden: een of beide stembanden bewegen minder goed waardoor de stemspleet vernauwd is.
  •  Zwelling ter hoogte van de hals die het ademen moeilijker maakt, een nabloeding is het meest waarschijnlijk. Verwittig verpleging/arts.

Na de ingreep

Na de ingreep verblijf je nog 1 à 2 uren op de ontwaakzaal waar men vooral controleert op een eventuele nabloeding. Na de nodige controles zal je overgebracht kunnen worden naar de verpleegeenheid.

Terug op de afdeling zal je een bloedafname ondergaan om de functie van de bijschildklieren te controleren. Indien deze waarde te laag is, worden calciumsupplementen en/of vitamine D supplementen opgestart.

Na de operatie kan je je nog wat moe en suf voelen. Dit is het gevolg van de verdoving die je kreeg tijdens de operatie. Tijdens de operatie krijg je een infuus om het nodige vocht en de nodige medicatie toe te dienen. Het infuus blijft ter plaatse tot zolang nodig, afhankelijk van de nodige medicatie na de operatie en tot je opnieuw normaal kan/mag eten en drinken.

Na de operatie krijg je pijnstillers via het infuus. Mocht je nog pijn hebben, aarzel dan niet om extra pijnmedicatie te vragen aan de verpleegkundigen. Zij weten heel goed welke medicatie je mag krijgen en zorgen dat de maximale dosis niet wordt overschreden. Nadat het infuus is verwijderd, krijg je, indien nodig, pijnmedicatie in de vorm van pillen.

Verwittig de verpleegkundige indien je je misselijk voelt of moet braken. We dienen dan de nodige medicatie toe via het aanwezige infuus of in de vorm van pillen.

Na de operatie is het mogelijk dat je temperatuur verhoogd is. In overleg met de arts starten we, indien nodig, medicatie. In overleg met de behandelende arts, kan jouw thuismedicatie terug opgestart worden. Er zal ook met jou besproken worden of het nodig is om bijkomend schildklierhormoon in pilvorm in te nemen.

Na de operatie mag je water drinken. Als je eenmaal terug op de afdeling en niet misselijk bent, kan je een lichte maaltijd eten.

Je blijft in bed tot je voldoende wakker bent. Een verpleegkundige begeleidt je, zodra je mag rechtstaan, naar het toilet. Als je voor de eerste maal opstaat, is het mogelijk dat je draaierig bent en verminderde kracht voelt in de benen. Pas als de verpleegkundige het veilig vindt, mag je alleen opstaan. Het is van groot belang dat je regelmatig je benen beweegt en uit bed komt, dit om flebitis te voorkomen.

Ontslag

De opnameduur is afhankelijk van de uitgebreidheid van de operatie. Meestal gebeurd de operatie in dagziekenhuis of met 1 overnachting in het ziekenhuis. Jouw arts beslist samen met jou wanneer je terug naar huis kan.

De ontslagpapieren (brief voor de huisarts, medicatie, eventuele thuiszorg, afwezigheidsattest, controle raadpleging) worden met jou besproken en meegegeven bij ontslag.

De hechtingen zijn resorbeerbaar en dienen dus niet verwijderd te worden. Je laat het verband of de wondlijm best een 10-tal dagen ter plaatse.

Je krijgt een afspraak mee om op controle bij jouw endocrinoloog te gaan een 10- tal dagen na de ingreep. Indien nodig zal jouw endocrinoloog dan schildklierhormonen voorschrijven of aanpassen die je levenslang dient in te nemen nuchter een halfuur voor het ontbijt.

Indien er tekenen zijn van calcium tekort krijg je een voorschrift mee voor calcium en vitamine D, in te nemen volgens een afbouwschema.

Na 10 dagen kan je te starten met het litteken ter hoogte van de hals te masseren en met een vettige crème in te wrijven, om het litteken soepel te maken en harde littekenweefselvorming te voorkomen.

Bij stem- of slikproblemen zal je een voorschrift voor logopedie worden meegegeven na een bezoek bij de neus-keel-oor specialist.

Je krijgt eveneens een afspraak om na 6 weken bij jouw chirurg op controle te komen. Er wordt ook een aanvraag voor een bloedonderzoek meegegeven (controle van de schildkliertesten en calcium). Het bloedonderzoek zelf kan je laten doorgaan net voor de consultatie of bij jouw huisarts. De resultaten van dit bloedonderzoek breng je mee op de consultatie.

Nazorg

Speciaal voedingsadvies is er niet. Bij een littekenloze ingreep via de mond (transoraal, TOETVA), wordt aangeraden om de eerste 3 dagen gepureerde of lichtverteerbare voeding te eten.

Douchen mag mits het aanbrengen van waterafstotend verband of als de wond bedekt is met wondlijm.

Vermijd directe zon of zonnebank op het litteken gedurende minstens 6 maanden.

In geval van toenemende pijn of koorts >38°C contacteer je best de dienst abdominale heelkunde, je huisarts of de dienst spoedgevallen.

FAQ

Hoe dringend is de ingreep?

De ingreep gebeurt meestal niet-dringend. In geval van kwaadaardigheid wordt de ingreep op korte termijn ingepland.

Moet ik nuchter zijn?

Voor een schildklieroperatie geldt het advies nuchter zijn voor de operatie:

  •  Heldere vloeistoffen zonder bruis zijn toegestaan en zelfs aan te raden tot 2u voor de ingreep, aan een maximale hoeveelheid van 1 glas (200ml) per uur. Onder heldere vloeistoffen verstaan we: plat water, aquarius, koolhydraatrijke dranken, vruchtensap zonder pulp, zwarte koffie of thee. Alcohol is niet toegestaan.
  •  De dag van de ingreep is een licht ontbijt toegestaan tot 6u voor de ingreep (bv. koffie met melk, fruitsap met pulp, granen, toast, cracker met confituur, yoghurt). Indien je een stevig ontbijt neemt (vlees, kaas, ontbijtkoeken, choco, eieren, gefrituurd) dien je dit minstens 8u preoperatief te nuttigen.
  •  Sommige medische aandoeningen kunnen leiden tot een vertraagde maaglediging (bv. diabetes, gastro-oesofagale reflux, maaghernia, dysfagie). Indien je hiermee gekend bent, gelieve eerst te overleggen met de arts vanaf wanneer u nuchter dient te zijn.

Welke medicatie mag ik innemen en welke niet?

Je dagelijks geneesmiddelengebruik wordt met jou besproken. Sommige geneesmiddelen dienen tijdelijk te worden stopgezet. Bij gebruik van bepaalde geneesmiddelen (bv. sommige bloedverdunners) kan het nodig zijn om je vooraf aan de ingreep bepaalde medicatie toe te dienen of om indien mogelijk de operatie tijdelijk uit te stellen. Is er iets onduidelijk of ben je niet zeker welke medicatie je mag innemen, vraag het dan op voorhand aan je chirurg of anesthesist.

Wat als ik zenuwachtig ben?

Indien je gestresseerd bent voor de ingreep kan je op voorschrift van de anesthesist voor je vertrek naar de operatiezaal een licht kalmeermiddel krijgen.

Specifieke voorbereiding

Voor een schildklieroperatie is er geen specifieke voorbereiding noodzakelijk. Er wordt afgeraden om de dag van de ingreep een lotion of huidcrème aan te brengen.
Indien u gekozen hebt voor een littekenloze ingreep via de mond (transoraal, TOETVA), wordt enkele dagen voor de ingreep gestart met mondspoelingen en antibiotica. Uw arts zal dit tijdig met u communiceren en voorschrijven.

Ontwaken na de ingreep

Na de ingreep verblijf je nog 1 à 2 uren op de ontwaakzaal waar men vooral controleert op een eventuele nabloeding. Na de nodige controles zal je overgebracht kunnen worden naar de verpleegeenheid. Na de operatie kan je je nog wat moe en suf voelen. Dit is het gevolg van de verdoving en pijnstilling die je kreeg tijdens de operatie. Tijdens de operatie krijg je een infuus om het nodige vocht en de nodige medicatie toe te dienen. Het infuus blijft ter plaatse tot zolang nodig, afhankelijk van de nodige medicatie na de operatie en tot je opnieuw normaal kan/mag eten en drinken.

Terug op de afdeling zal je een bloedafname ondergaan om de functie van de bijschildklieren te controleren. Indien deze waarde te laag is, worden calciumsupplementen en/of vitamine D supplementen opgestart.

Na de operatie kan je je nog wat moe en suf voelen. Dit is het gevolg van de verdoving die je kreeg tijdens de operatie.

Wat met pijn, misselijkheid of temperatuur?

Tijdens de operatie krijg je een infuus om het nodige vocht en de nodige medicatie toe te dienen. Het infuus blijft ter plaatse tot zolang nodig, afhankelijk van de nodige medicatie na de operatie en tot je opnieuw normaal kan/mag eten en drinken.

Na de operatie krijg je pijnstillers via het infuus. Mocht je nog pijn hebben, aarzel dan niet om extra pijnmedicatie te vragen aan de verpleegkundigen. Zij weten heel goed welke medicatie je mag krijgen en zorgen dat de maximale dosis niet wordt overschreden. Nadat het infuus is verwijderd, krijg je, indien nodig, pijnmedicatie in de vorm van pillen.

Verwittig de verpleegkundige indien je je misselijk voelt of moet braken. We dienen dan de nodige medicatie toe via het aanwezige infuus of in de vorm van pillen.

Na de operatie is het mogelijk dat je temperatuur verhoogd is. In overleg met de arts starten we, indien nodig, medicatie.

Moet ik medicatie innemen?

In overleg met de behandelende arts, kan jouw thuismedicatie terug opgestart worden. Er zal ook met jou besproken worden of het nodig is om bijkomend schildklierhormoon in pilvorm in te nemen.

Mag ik terug eten en drinken?

Na de operatie mag je water drinken. Als je eenmaal terug op de afdeling en niet misselijk bent, kan je een lichte maaltijd eten.

Kan ik snel terug uit bed?

Je blijft in bed tot je voldoende wakker bent. Een verpleegkundige begeleidt je, zodra je mag rechtstaan, naar het toilet. Als je voor de eerste maal opstaat, is het mogelijk dat je draaierig bent en verminderde kracht voelt in de benen. Pas als de verpleegkundige het veilig vindt, mag je alleen opstaan. Het is van groot belang dat je regelmatig je benen beweegt en uit bed komt, dit om flebitis te voorkomen.